"Bijzonderheden" van domeinnaamarbitrage

Op 29 januari 2003 zijn het Reglement voor registratie van .nl-domeinnamen en de Regeling voor .nl-domeinnaamarbitrage (of arbitrageregeling) van de SIDN van kracht geworden (noot: vervallen in 2008). De SIDN, de Stichting Internet Domeinnaamregistratie Nederland, verzorgt de uitgifte en registratie van .nl-domeinnamen.

Domeinnaamarbitrage is een alternatieve manier van geschillenbeslechting, waarbij het Scheidsgerecht Domeinnamen, bestaande uit 1 of 3 rechtsgeleerde arbiters, recht spreekt in domeinnaamconflicten. In dit artikel wijs ik op vijf "bijzonderheden" van dat nieuwe fenomeen. Maar eerst iets over over het verloop van de arbitrageprocedure.

De arbitrageprocedure verloopt hoofdzakelijk per e-mail en is na ongeveer 2,5 maanden klaar. De arbitragezaak wordt bij het WIPO (World Intellectual Property Organisation) te Amsterdam aanhangig gemaakt. Het WIPO is voorlopig het enige secretariaat dat de arbitrages in goede banen zal leiden. Zo zorgt zij ervoor dat alle betrokken partijen, waaronder ook SIDN, de processtukken (eis/verweer) ontvangen en dat arbiters worden benoemd.

Een arbitragezaak wordt aanhangig gemaakt met een eis, die aan bepaalde vormvoorschriften moet voldoen. Zodra de SIDN de eis heeft ontvangen, "bevriest" zij de domeinnamen die onderwerp van het geschil zijn. Daardoor kunnen die niet meer worden gewijzigd, opgeheven of verpand. Binnen 20 dagen moet de verweerder/domeinnaamhouder een verweerschrift bij het WIPO indienen. In principe is uitstel voor verweer niet mogelijk!

Nadat het verweerschrift is ingediend benoemt het WIPO op voorspraak van eiser en verweerder (als die tijdig heeft gereageerd, tenminste) het Scheidsgerecht, in beginsel 1 arbiter die zich over de zaak buigt. In uitzonderingsgevallen volgt een mondelinge behandeling. Het Scheidsgerecht streeft ernaar binnen 14 dagen na het sluiten van de schriftelijke of mondelinge procedure vonnis te wijzen. Standaardkosten van het Scheidsgerecht voor de eiser € 2.250,00. Als op verzoek van de verweerder 3 arbiters worden benoemd, betaalt hij € 3000,00 en de eiser € 1.500,00. Wie het niet eens is met het vonnis kan binnen 30 dagen hoger beroep instellen bij het Appèlcollege; zelfde procedure, kosten eiser € 4.000,00.

Wat zijn nu die "bijzonderheden"?

Vordering is beperkt

Een eiser kan slechts vorderen:

Deze limitering valt binnen de scope van domeinnaamarbitrage te begrijpen, maar zal wellicht niet bijdragen aan de populariteit ervan. Een eiser zal immers vaak ook behoefte hebben om meer te vorderen, bijv. een verbod om zijn woordmerk in metatags van andere websites van verweerder te gebruiken of een schadevergoeding voor omzetverlies of ander geleden economisch nadeel. Voor dergelijke vorderingen staat slechts de gang naar de gewone rechter open.
Een deel van voornoemde schade wordt goedgemaakt door de prima regeling voor de proceskostenveroordeling in domeinnaamarbitragezaken. Want, wie zijn zaak wint kan zijn geld terugkrijgen plus de advocaatkosten tot max. € 4.000,00 (plus b.t.w.), hetgeen een reëel bedrag lijkt voor het voeren van een domeinnaamarbitrageprocedure. Rechters wijzen doorgaans een fractie toe van de advocaatkosten.

Grondslagen van de vordering zijn beperkt

De arbitrageregeling is slechts van toepassing wanneer de vordering gebaseerd is op inbreuk op het merkenrecht of het handelsnaamrecht. Het was mijns inziens wenselijker geweest ook de onrechtmatige daad en wanprestatie als grondslagen van de vordering toe te laten, zodat de advocaat in één en dezelfde procedure meteen alle ankers kan uitgooien.
Een eisende partij die door het Scheidsgerecht nul op het rekest heeft gekregen kan nu de zaak nog eens dunnetjes overdoen bij de gewone rechter. Het resultaat daarvan kan zijn dat daar waar het Scheidsgerecht oordeelde dat van een merk- of handelsnaaminbreuk geen sprake is, de rechter een dergelijke inbreuk wél onrechtmatig acht, en dus in feite zegt dat het merk- of handelsnaamrecht werd geschonden. Met deze tegenstrijdige beslissingen is het recht niet gediend en mag afbreuk van de reputatie van het Scheidsgerecht worden gevreesd als haar vonnissen door de gewone rechter (kunnen) worden "overruled".

Waardering en toelating van bewijs is onzeker

Het scheidsgerecht is niet gebonden aan de gewone bewijsregels, die in wetgeving en rechtspraak zijn uitgekristalliseerd, maar is vrij ten aanzien van de toepassing van het bewijsrecht. Zo hoeft het Scheidsgerecht met een getuigenverklaring geen rekening te houden en is zij vrij om uit eigen beweging ingediende nadere stukken te weigeren. Voorts hoeft het Scheidsgerecht alleen maar getuigen te horen als zij dat noodzakelijk vindt.
Nadere stukken indienen, getuigen horen etc. het werkt vertragend, maar efficiency mag zorgvuldigheid, die nu eenmaal tijd kost, niet prevaleren.

Tegenvorderingen zijn niet mogelijk

Een andere "bijzonderheid" is dat de verweerder/domeinnaamhouder geen tegenvordering kan indienen (hij kan trouwens wel verzoeken de eiser te veroordelen in de kosten van de arbitrage). Een situatie waarbij twee vorderingen botsen is zeer goed denkbaar:

Een Amsterdamse botenhandelaar die al decennia handel drijft onder de naam Vaandel constateert dat Botenbouwer Magnus uit Alkmaar de domeinnaam vaandel.nl gebruikt. Vaandel vindt dit weliswaar vervelend, maar kiest voor een praktische oplossing en registreert vaandeltje.nl. Intussen deponeert Magnus "Vaandel" als merk bij het Benelux Merkenbureau en spreekt vervolgens botenhandelaar Vaandel aan wegens inbreuk op zijn merkenrecht. Magnus vordert dat Vaandel de domeinnaam vaandeltje.nl aan hem overdraagt. Vaandel laat het er nu niet bij zitten en eist op zijn beurt van Magnus overdracht van vaandel.nl, wegens inbreuk op zijn handelsnaamrecht.

Doordat de arbitrageregeling geen ruimte biedt om een tegenvordering in te dienen in de procedure die Magnus is gestart, moet botenhandelaar Vaandel zijn vordering apart instellen. Dat leidt tot hogere kosten. Bovendien dreigen tegengestelde uitspraken als de beide zaken niet meer kunnen worden gevoegd en verschillende arbiters zich over de twee zaken buigen.

Voor executie is gang naar de rechter alsnog nodig

Indien de eiser de in het arbitraal vonnis opgelegde dwangsommen en/of proceskostenveroordeling wil tenuitvoer leggen, moet hij een zgn. exequatur halen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. Dit is de handtekening van de voorzieningenrechter en het stempel "IN NAAM DER KONINGIN" op het arbitraal vonnis. Pas als dat gebeurd is kan de deurwaarder het arbitraal vonnis executeren.
Het is dus niet het Scheidsgerecht, maar de rechtbank die verlof verleent om het arbitraal vonnis ten uitvoer te leggen. De voorzieningenrechter toetst marginaal en kan het verlof weigeren als het vonnis in strijd is met het recht, hetgeen overigens bij vonnissen van de in Nederland reeds functionerende arbitrage-instituten bijna niet voorkomt.

Of de vorenstaande "bijzonderheden" als tekortkomingen van domeinnaamarbitrage moeten worden bestempeld, zal in de praktijk moeten blijken. Niettemin behoort diegene die een arbitragezaak wil aanspannen zich van de vorenstaande punten te vergewissen. Voor hem (of haar) staat immers nog steeds de weg naar de gewone rechter open, hetgeen een verstandiger optie kan zijn. Die optie geldt echter niet voor de verweerder/domeinnaamhouder wiens domeinnaam die na 29 januari 2003 is geregistreerd, verhuisd of van houder is gewijzigd. Wordt hij in een dergelijke zaak betrokken, dan moet hij zich aan het oordeel van het Scheidsgerecht onderwerpen.

2003 © mr. F.J. Van Eeckhoutte, ICT/IE-advocaat, Amersfoort
www.vaneeckhoutteadvocaten.nl