Afzonderlijke toegankelijkheid van niet-elektronische databanken

Noot bij Hof Leewarden, 27 november 2002, LJN AF 1109
(nationalevacaturebank.nl)

In het arrest van 27 november 2002 heeft het gerechthof te Leeuwarden geoordeeld dat de van indexering voorziene rubriek personeelsadvertenties in de zaterdagedities van de Volkskrant, Algemeen Dagblad e.a. aan te merken zijn als een databank.

Op de website nationalevacaturebank.nl werd een groot aantal vacaturemeldingen aangeboden, waarvan een groot deel afkomstig was uit de zaterdagedities van onder andere de genoemde dagbladen. De kranten vorderden dat nationalevacaturebank.nl daarmee zou ophouden, omdat zij inbreuk zou plegen op hun databankrecht.

Deze zaak draaide om de interpretatie van artikel 1 lid 1 onder a Dw (Databankenwet), waarbij de wettelijke bestanddelen "systematische of methodische ordening, "afzonderlijke toegankelijkheid" en "substantiële investering" de revue passeerden.

Met betrekking tot de eis van afzonderlijke toegankelijkheid overwoog het hof het volgende:" Volgens de Memorie van Toelichting wordt met deze eis bedoeld dat de verschillende onderdelen van de databank - werken, gegevens of andere elementen - per stuk kunnen worden opgevraagd, met andere woorden dat de databank volledig te doorzoeken is (TK, 1997-1998, 26 108, nr. 3, p. 8). Aldus opgevat, voldoet, naar hetgeen ten processe is gebleken, alsmede bezien in het licht van hetgeen hierboven is weergegeven, het onderdeel personeelsadvertenties van de zaterdagedities van de onderhavige kranten naar het voorlopige oordeel van het hof in ieder geval aan het vereiste van afzonderlijke toegankelijkheid van de advertenties."

Hoewel het hof terecht aanhaakt de Memorie van Toelichting weet zij toch het bestanddeel afzonderlijke toegankelijkheid onjuist te benaderen. Het gebrek aan kennis van de historie en de strekking van het databankenrecht zijn daar ongetwijfeld de oorzaak van.

Begin negentiger jaren denderde de elektronische dataverwerking en -opslag door Europa. Door geavanceerde databanken, ondersteunende software voor in- en output van data, en internet konden gegevens massaler, sneller en compacter worden verzameld en verfijnder worden opgevraagd. En net zo makkelijk worden gejat. De Europese wetgever vreesde dat niemand nog serieus in de ontwikkeling en instandhouding van databanken zou investeren, als die investeringen niet zouden worden beschermd. Dus, in Brussel alle hens aan dek, waar naast de auteursrechtelijke bescherming van originele databankstructuren ook vorm werd gegeven aan het sui generis extractierecht, hetgeen resulteerde in Richtlijn 96/9EG van 11 maart 1996 . Het extractierecht omvat het recht van databankproducenten anderen te verbieden de databanken van die producenten te ontsluiten.

Nu het onmiskenbaar de bedoeling van de Europese Commissie was om de rechten van databankproducenten en -fabrikanten veilig te stellen, is het logisch om bij de omschrijving van het begrip databank aansluiting te zoeken bij hetgeen zij precies als onderwerp van bescherming beschouwen. Technisch gesproken bestaat een elektronische databank uit een geprogrammeerde cluster (verzameling) van aan elkaar gerelateerde tabellen, records en velden, waarbij ieder veld een stukje data (één gegeven) bevat. Met software zoals MySQL, Microsoft Access, Microsoft SQL (sequal)-server en Oracle wordt de databank op de harde schijf van de computer weggeschreven. Voornoemde software biedt tevens de middelen om de databank te ontsluiten (in het jargon: aan te spreken) en te wijzigen. De data zit, afgesloten van de buitenwereld, in een virtueel huis en er is een systeem voorhanden (en nodig) om binnen te geraken.

Er moet dus een toegangspoort zijn. De Europese wetgever zag dat kennelijk ook zo daar waar hij in overweging 13 Richtlijn spreekt over verzamelwerken "waarin werken, gegevens of andere elementen onder meer door elektronische, elektromagnetische of elektro-optische verwerking of met analoge procédés geordend, opgeslagen en opgevraagd worden".
De toegangspoort zorgt in feite voor de werkbaarheid van de databank. Een uitgebreide databank is leuk, maar als je deze niet kunt ontsluiten heb je er niets aan. Een databank komt dus pas tot zijn recht als het de raadpleger in staat stelt op snelle en efficiënte wijze de gewenste informatie op te vragen. Gangbare toegangspoorten zijn zoekvelden waarin een zoekopdracht kan worden opgegeven (woord intypen of criteria selecteren) en indexen.

Toegangspoorten moeten m.i. relevante betekenis hebben. Ze moeten a) een volledig bereik hebben, dus de raadpleger in staat stellen de databank volledig te doorzoeken en b) afzonderlijke toegankelijkheid van de gegevens mogelijk maken. Zoekprogrammatuur behoort dus voldoende krachtig te zijn en indexen voldoende gedetailleerd. Een irrelevante toegangspoort is bijvoorbeeld een abc-index waaronder per letter zoveel gegevens hangen die met die letter beginnen, dat van een fatsoenlijke ontsluiting geen sprake is. Krachtige zoekprogrammatuur kan voldoende zijn om van een verzameling ruwe gegevens een systematisch of methodisch geordende databank te maken.

Kortom, elektronische databanken zijn virtuele ruimten waarin gegevens zijn opgeslagen en de gegevens afzonderlijk toegankelijk of opvraagbaar zijn via een bepaalde toegangspoort. De data zitten opgesloten op de harde schijf van een computer en kunnen niet zonder meer op het scherm zichtbaar gemaakt worden. In dat licht moet ook het wettelijk onderdeel "afzonderlijke toegankelijkheid" worden bekeken. En dat is precies waar het in Brussel bij de totstandkoming van de Richtlijn om draaide: ervoor zorgen dat databankproducenten hun met veel moeite bijeengesprokkelde data in hun computers houden. Vandaar extractierecht.

Tijdens de totstandkoming van de Richtlijn is de rechtsbescherming ook uitgebreid tot niet-elektronische data. Uit praktische overwegingen. Eén van de overwegingen was dat elektronische data gemakkelijk in niet-elektronische data zijn te kopiëren en het onwenselijk is dat elektronische databanken wel onder de bescherming van het databankenrecht vallen en hun niet-elektronische kopieén niet.

De Europese wetgever concentreerde zich hoofdzakelijk op elektronische databanken (daar wat het nu eenmaal om begonnen) en heeft aan niet-elektronische databanken een afgeleide status meegegeven. Daarom reikt de spanwijdte van niet-elektronische databanken niet verder dan hetgeen voor de elektronische databank geldt. Bij de definiëring van het begrip niet-elektronische databanken is voorts terughoudendheid geboden, omdat het extractierecht niet is bedoeld om met betrekking tot de data zelf een nieuw recht in het leven te roepen of de databankenproducten een machtmiddel in handen te geven waarmee het mededingingsrecht met de voeten kan worden getreden. Met andere woorden, het is niet de bedoeling dat oude (papieren) media, zoals kranten, er nieuwe rechten bij krijgen.

Samenvattend, willen we weten wat een niet-elektronische databank - in de zin van de Richtlijn en wet - is, moet er gekeken worden naar de omschrijving van het begrip "elektronische databank". Dat vertaalt zich, naar mijn mening, analoog. Niet-elektronische databank zijn fysieke, afgesloten ruimten waarin gegevens zijn opgeslagen en per stuk kunnen worden geraadpleegd via een toegangspoort.

Enkele voorbeelden: de bibliotheekkast (fysieke ruimte) met de gebundelde NJ's van de afgelopen zeventig jaar (data) waaruit een uitspraak kon worden gevonden, dankzij de alfabetisch geordende kaartenbak (toegangspoort). Zelfs al had die kast geen deuren, bleef het een afgesloten ruimte, omdat door het massale aantal slechts de tijdschriften als verzameling te zien waren. Waar door de bomen het bos niet meer wordt gezien, is het huis gesloten, hetgeen een toegangspoort tot de afzonderlijke data (die ene NJ) rechtvaardigt. Een ander voorbeeld zijn de roze pagina"s van de telefoongids met het alfabetisch geordende trefwoordenregister en dito rubricering. Die rubricering vangt trouwens twee vliegen in een klap: enerzijds ontsluit het de gids, anderzijds vervult het de wettelijk vereiste ordening van de databank.

Terug naar de kwestie van de nationalevacaturebank.nl, waar de vraag was of de geïndexeerde personeelsadvertenties in de zaterdagedities van de Volkskrant, Algemeen Dagblad e.a., samen een databank vormen. Met Memorie van Toelichting op het Wetsvoorstel Dw in de hand overwoog het hof in de kern dat daar waar alle afzonderlijke personeelsadvertenties van de zaterdagedities te lezen waren, er dus wel sprake moest zijn van afzonderlijke toegankelijkheid en opvraagbaarheid. Gelet op mijn betoog is mijn conclusie het hof hier te kort door de bocht is gegaan.

Toetsing aan de criteria "afgesloten ruimte" en "relevante toegangspoort" vereisen een goed onderzoek naar de feitelijke toestand. Ik heb er voor de gelegenheid de Volkskrant van zaterdag 22 februari 2003 bijgenomen en heb geconstateerd:

  1. Voorpagina: verwijzing naar de enorme index op pagina 8;
  2. 2. Pagina 8: de enorme index met als kolommen bedrijf, functie (alfabetisch), plaats resp. paginanummer;
  3. 3. Gemiddeld 5 personeelsadvertenties op vrijwel alle even pagina's van de katernen Economie, Reflex, Gezond, Wetenschap, Media en Traject en in mindere mate op de oneven pagina's

Kunnen we hier van een afgesloten ruimte praten? Ja, de dichtgevouwen krant, per definitie een gesloten ruimte omdat die uit meerdere pagina's bestaat en normaliter maar een pagina tegelijk geopend wordt. Bij het keren van de krantenpagina is telkens slechts een klein gedeelte (5) advertenties zichtbaar. De rest zit in afgesloten in de andere niet opengeslagen pagina's.
Is er een relevante toegangspoort tot die ruimte? Ja, de index op pagina 8. Voorshands wil ik er vanuit gaan dat die index alle advertenties bestrijkt. Steekproefsgewijs kon ik via de index tientallen vacatures vinden en omgekeerd in de katernen aangetroffen vacatures in de index terugvinden.

Het valt op dat de Volkskrant de vacatureadvertenties over de hele krant, in haar katernen, verspreidt, hetgeen zeker de relevantie van de toegangspoort vergroot. Die verspreiding doet evenwel de vraag rijzen of aan het wettelijke vereiste van een "verzameling van gegevens" is voldaan. Een verzameling impliceert dat de gegevens fysiek in elkaars buurt verkeren , hetgeen bij gespreide data niet het geval is. I.c. is het echter zo dat er in de katernen van de zaterdageditie een grote "vacaturedichtheid" is, zodanig zelfs dat de krantenartikelen qua volume eerder bijzaak lijken te zijn, dan hoofdzaak. Van plaatsing kris kras door de krant heen is dus geen sprake en vormen daarom al die vacatures tezamen één verzameling.

Mijn slotconclusie is dat, net zoals het hof heeft geoordeeld, de personeelsadvertenties in de zaterdageditie een databank zijn. Echter, de aangescherpte criteria die ik ten aanzien van de afzonderlijke toegankelijkheid voorstel doen mijns inziens meer recht aan de historie en strekking van het databankenrecht. De redenering van het hof op dit thema is naar mijn smaak onzuiver en leidt er in theorie toe dat tien vacatures op één krantenpagina ook een databank zijn, zolang ze maar zijn geïndexeerd. Dat is niet de bedoeling van de Richtlijn en de wetgever.

2003 © mr. F.J. Van Eeckhoutte, ICT/IE-advocaat, Amersfoort
www.vaneeckhoutteadvocaten.nl