Wetsvoorstel aanpassing intellectuele eigendom raakt bedrijven

Op 22 juli 2002 is een wetsvoorstel ingediend dat strekt tot aanpassing van de auteurswet 1912 (aw), de wet op de naburige rechten (wnr) en de databankenwet (dw). Dat voorstel is de uitvoering van een Europese richtlijn (2001/29/EG) die bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij harmoniseert. De toevoeging 'informatiemaatschappij' doet vermoeden dat het hier puur om regulering van het internetverkeer gaat (de digitale snelweg). De opzet is echter breder, want het voorstel betreft niet slechts een actualisering van het auteursrecht en de naburige (afgeleide) rechten van alle digitale media (internet, DVD en CD-i etc), maar is tevens een serieuze poging om piraterij te bestrijden.

Het wetsvoorstel bevat 3 onderdelen die bedrijven kunnen raken. Het gaat dan met name om enerzijds bedrijven van wie de producten en diensten door het auteursrecht en de naburige rechten worden beschermd (uitgevers, platenmaatschappijen, filmproducenten, omroeporganisaties, grafische bedrijven en personen die bedrijfsmatig beschermd materiaal maken) en anderzijds bedrijven die voor het gebruik van deze producten en diensten direct of indirect een vergoeding betalen. Tot die laatste categorie behoren bedrijven die muziek gebruiken in bedrijfskantines of culturele instellingen als theaters en bioscopen, maar ook importeurs en ICT-bedrijven die apparatuur vervaardigen waarmee beschermd materiaal kan worden opgeslagen, bewerkt, gebruikt en verspreid.

Het eerste onderdeel staat het voorgestelde artikel 12b aw. Het bevat de regel van de gemeenschapsuitputting van het verspreidingsrecht. Dat betekent dat als een auteursrechthebbende een beschermd werk, zoals een boek, binnen Europa (of beter gezegd: de Europese Economische Ruimte) op de markt brengt, het daarna zonder toestemming van die auteur verder in Europa kan worden verspreid. In het huidige recht geldt de veel ruimere mondiale uitputting. Daar waar parallelimporteurs nu zonder restrictie werken die waar ook ter wereld met toestemming van de auteursrechthebbende in het verkeer zijn gebracht, zonder meer in Europa kunnen importeren, zullen zij als gevolg van artikel 12b in die mogelijkheid worden beperkt. Zij zullen dan immers eerst toestemming van de auteursrechthebbende nodig hebben om die werken vanuit bijv. de V.S. in Europa te importeren.

Het tweede onderdeel betreft de voorgestelde artikelen 29a aw, 19 wnr en 5a dw voeren een nieuw rechtsregime in voor interactieve, on demand levering van beschermde werken. Bij een dergelijke levering is er sprake van twee-richtingsverkeer waarbij de consument/gebruiker de keuze heeft wanneer hij(/zij) het beschermde materiaal ontvangt, waar hij dat ontvangt en op welke drager of speler. Bijvoorbeeld, een platenmaatschappij biedt op het internet haar songs aan, die per stuk tegen betaling kunnen worden gedownload.

Dat nieuwe rechtsregime bestaat uit 2 delen.
A. Diegene die technologische voorzieningen omzeilt of omzeiling mogelijk maakt, handelt onrechtmatig. Het moet dan wel gaan om technologische voorzieningen die zijn getroffen om inbreuken op auteursrechtelijk beschermde werken te voorkomen. We praten dan eigenlijk over bescherming van de bescherming.
B. Aanbieders van interactieve, on demand leveringen mogen gebruikers voor doeleinden van onderwijs, voor privé-kopiëren, reprografisch verveelvoudigen en verveelvoudigen voor preserveringsdoeleinden, de toegang tot hun beschermde werken onthouden. Dergelijke gebruikers hebben anders wel vrije toegang, zij het dat ze een 'billijke vergoeding' moeten betalen.
Als de technische voorzieningen van de platenmaatschappij die de toegang tot haar singles-databank beschermen, worden omzeild waardoor een gebruiker die songs gratis kan downloaden, heeft de platenmaatschappij nu vrijwel geen middelen om tegen die persoon of diegene die de omzeiling mogelijk maakt (bijv. de provider) op te treden. Met de nieuwe wet in de hand zullen zowel de gebruiker als de tussenpersoon op grond van onrechtmatige daad kunnen worden aangesproken voor de schade die de maatschappij lijdt.
Verder zal de platenmaatschappij niet van overheidswege kunnen worden verplicht om de toegang tot (een deel van) haar databank open te zetten, of sterker nog, de nodige middelen te verschaffen aan al die uitzonderingsgevallen zoals onderwijsinstellingen en thuiskopieerders.

De poort van de on demand leverancier kan dus voor al die gevallen rustig gesloten blijven. De mogelijkheid om zich op een dienst (bijv. periodieke toelevering van een song via e-mail) te abonneren en andere vormen van niet-interactief on line gebruik, vallen niet onder dit nieuwe rechtsregime. Deze aanbieders krijgen dus wel te maken met de wettelijke beperkingen op de auteursrechtelijke bescherming.

VNO-NCW juicht dit nieuwe rechtsregime voor interactieve, on demand leveringen toe. Met name uitgevers, platenmaatschappijen en muzikanten zullen naar aanleiding hiervan over een uitsluitend recht beschikken dat hen in staat stelt de levering van auteursrechtelijke beschermd werk aan individuele afspraken te onderwerpen.
Het is evenwel onduidelijk wat de criteria zijn opdat 'technische voorzieningen' in aanmerking komen voor rechtsbescherming. Hier zou de overheid indicaties kunnen geven wat die criteria moeten zijn en zou de overheid kunnen stimuleren dat door middel van zelfregulering binnen brancheorganisaties meer duidelijkheid op dit terrein ontstaat. Het is echter mijn vermoeden dat deze en andere cruciale vragen, zoals wie zich op de overtreding van de onrechtmatige daadsnorm kan beroepen (maker, uitvoerder, producent, software-ontwikkelaar, provider?), op het bordje van de rechter zullen terechtkomen.

Ten derde zal de bestaande regeling van de heffing op lege voorwerpen om beeld en geluid privé te kopiëren worden aangepast. In het voorgestelde artikel 16c Auteurswet worden namelijk ook lege voorwerpen die geschikt zijn om ander beschermd materiaal dan muziek en bewegend beeld vast te leggen onderworpen aan een heffing. Men kan daarbij denken aan de tekst-cd-rom en andersoortige digitale dragers. Hoewel het aan de Minister van Justitie is om nader te bepalen welke voorwerpen precies wel en niet onder de heffingsregeling vallen, moeten fabrikanten en importeurs met een kostenstijging van een dergelijke 'nieuwe' voorwerpen rekening houden, omdat de redenen om indertijd de vergoedingsregeling in het leven te roepen nog steeds van toepassing zijn en alternatieve vergoedingsmogelijkheden op dit moment ontbreken. Het is evenwel mijn verwachting dat door de technologische vooruitgang auteursrechthebbenden een goede greep op het privé-kopiëren zullen krijgen, waardoor er geen behoefte meer zal bestaan aan de huidige heffingsregeling.

Richtlijn 2001/29/EG dient uiterlijk 22 december 2002 in onze wetgeving te zijn geïmplementeerd, maar met de val van het Kabinet-Balkenende mag gevreesd worden dat die deadline niet zal worden gehaald. Echter, uitstel is geen afstel, en als het wetsvoorstel de Kamers passeert zullen veel bedrijven, importeurs, platenmaatschappijen, uitgevers en fabrikanten in het bijzonder, rekening moeten houden met prettige en mindere prettige effecten van de wet. Parallelimport zal worden bemoeilijkt, rechtsonzekerheid zal rijzen m.b.t. on demand leveringen en de bedrijfskosten voor fabrikanten en importeurs van digitale informatiedragers zullen stijgen. Dat, zoals de Memorie van Toelichting zegt, 'het voorstel slechts beperkte wijzigingen brengt in de situatie voor bedrijven die reeds door het auteursrecht en naburige rechten geraakt worden', lijkt mij een eufemisme.

2002 © mr. F.J. Van Eeckhoutte, ICT/IE-advocaat, Amersfoort
www.vaneeckhoutteadvocaten.nl